Verschillende kaarten geven de belegering weer die Grave doorstond van 18 juli tot 20 september 1602. Prins Maurits van Nassau (1567-1625) had in de zomer van dat jaar slag willen leveren met de Spaanse troepen in de Zuidelijke Nederlanden. Die ontweken het gevecht echter, dus trok de prins in de richting van de Maas.
Daar sloeg hij met 20.000 soldaten het beleg rond de strategisch belangrijke stad Grave, die beschikte over een garnizoen van nog geen 1500 man. De vesting werd geheel omsingeld, ook aan de noordkant van de rivier, waarin een tweetal schipbruggen was gelegd. De linie van belegeringswerken diende niet alleen om de stad in te sluiten, maar ook om een Spaans ontzettingsleger te weerstaan. Dat kwam half augustus inderdaad opdagen, maar trok twee weken en enkele vergeefse aanvallen later weer weg.
Binnen de omsingeling waren de aanvallers de stad inmiddels met loopgraven genaderd, zoals ook op de kaart duidelijk te zien is. Nog voor zij eraan toe kwamen de vestingmuren te ondermijnen en de stad te bestormen, gaven de verdedigers zich over. Op 20 september trok de Spaanse gouverneur Antonio Gonzalez met 1200 overlevenden van het garnizoen, waaronder 300 gewonden, de stadspoort uit. Grave was − naar later zou blijken definitief − ingelijfd bij de Republiek der Verenigde Nederlanden.
Bronnen
Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.
Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 114.