De Sint-Jan van 's-Hertogenbosch

De gotische nieuwbouw van de Sint-Jan

Tijdens de bloeitijd van de bouwstijl van de late gotiek raakten architecten en kunstenaars in de ban van een bijna onstuitbare versierdrift. Die overvloed aan decoratie, met een grote rijkdom aan vormen en detaillering, is nergens in Brabant zo opvallend als aan de Bossche Sint-Jan.

De Bourgondische bloeitijd van Brabant viel samen met het hoogtij van de al even uitbundige late gotiek. De gotische stijl was drie eeuwen eerder ontstaan, niet alleen als een architectonische en bouwtechnische vernieuwing in de kerkenbouw, maar ook als de uitdrukking van een nieuw esthetisch en religieus gevoel. De allesoverheersende verticaliteit van de architectuur, de rijzige ruimte en het bijzondere, door gebrandschilderde ramen gefilterde licht riepen samen een suggestie op die het wezen vormde van de gotiek: de onthechting van het aardse bestaan en de gerichtheid op de hemelse hoogte.

Halverwege de veertiende eeuw waren de Bosschenaren begonnen hun dertiende-eeuwse bakstenen Sint-Janskerk te vervangen door een veel grotere gotische kerk, met een plattegrond die was geïnspireerd op de grote kathedraal van Amiens. Bijna twee eeuwen werd aan de Sint-Jan gebouwd, maar dat was niet uitzonderlijk. Kerkenbouw was een kwestie van lange adem: veel van wat in de vijftiende eeuw tot stand kwam, was een voortzetting, een uitbreiding of een verfraaiing van wat al eerder begonnen was.

24astjan7.jpg
Toen in de zestiende eeuw met de komst van de Reformatie dit soort bouw goeddeels stilviel, waren dan ook lang niet alle gebouwen volgens de oorspronkelijke plannen voltooid. Ook de Sint-Jan niet. Vanwege geldgebrek en afnemend religieus enthousiasme viel begin zestiende eeuw het besluit om de bouw tijdelijk te staken. Het zou er echter nooit meer van komen de Bossche kerk volgens de oorspronkelijke plannen te voltooien. Het kostte al moeite genoeg de schade te herstellen van de brand die de hoge houten middentoren in 1584 verwoestte.

24astjan6.jpg
De bouwers zijn niet meer toegekomen aan het vervangen van de bakstenen westtoren – een restant van de oude romaanse kerk − en dus evenmin aan het verlengen van het schip, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Voor de kleine protestantse gemeente die de kerk na 1629 in handen kreeg, was het onderhoud van het immense gebouw een te zware klus en in de negentiende eeuw was de Bossche Sint-Jan dan ook ernstig in verval. Vanaf 1853 werd hij in een drietal vrijwel aaneengesloten campagnes ingrijpend gerestaureerd. Zeker in de eerste fase gebeurde dat weinig zachtzinnig, waardoor veel gotische details verloren zijn gegaan.

 

Bronnen

Boekwijt, H., Glaudermans, R. en Hagemans, W., De Sint-Janskathedraal van ‘s-Hertogenbosch. Geschiedenis van de bouw, Alphen aan de Maas, 2010.

Van Leeuwen, W., De 100 mooiste kerken van Noord-Brabant, Zwolle, 2012.

Van Oudheusden, J., Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014.

Van Uytven, R. (red.), Geschiedenis van Brabant, van het hertogdom tot heden, Zwolle, 2004.

 

Dit artikel is een bewerking van een tekst uit J. Van Oudheusden, Erfgoed van de Brabanders. Verleden met een toekomst, ‘s-Hertogenbosch, 2014, 68.