Thema

Verloren en herwonnen vrijheid

De twintigste eeuw kende grote veranderingen en uitersten in het bestuur van Brabant. De invoering van het algemeen kiesrecht staat tegenover het verlies van autonomie in de Tweede Wereldoorlog.

Op weg naar algemeen kiesrecht

In de twintigste eeuw was er sprake van een verandering in het stemrecht die van grote invloed was op de Provinciale Staten: de afschaffing van het censuskiesrecht in 1917. Nu mochten alle mannen, ongeacht hun belastingafdracht, meebeslissen over wie er in de Tweede Kamer zetelden. Dit werd twee jaar later uitgebreid tot algemeen kiesrecht toen ook vrouwen stemrecht kregen. De angst van de katholieke partijen dat met het algemeen kiesrecht ook in Brabant de sociaal-democraten enorm aan politiek gewicht zouden winnen bleek ongefundeerd.

De Duitse bezetting

Toen Duitsland in 1940 Nederland binnenviel, veranderde er niet alleen veel in het dagelijks leven van de Brabanders, maar ook in de manier waarop hun provincie werd bestuurd. De Provinciale Staten hadden het niet langer zelf voor het zeggen maar kregen te maken met Duitse invloed op hun bestuur. Arthur Seyss-Inquart (1892-1946), nazipoliticus, werd benoemd tot Rijkscommissaris van Nederland en had het in het hele land voor het zeggen. Onder zijn bewind werd de naam Commissaris der Koningin veranderd in Commissaris der Provincie en stelde hij in elke provincie een gevolmachtigde aan. Deze gevolmachtigden, of Beauftragten, controleerden de Commissaris der Provincie en waren de spreekbuis van Seyss-Inquart op provinciaal niveau.

De eerste gevolmachtigde voor Noord-Brabant was Alfred Weber. Na hem volgden Willi Ritterbusch (1892-1981), Robert Thiel (1909-1989) en Heinrich Sellmer (1907-1989). De Commissaris der Provincie die ze controleerden was Augustinus van Rijckevorsel (1882-1957). Sellmer was lid van de NSDAP en werkte vooral vanuit Vught waar hij gevestigd was in Huize Roucouleur.

Landgoed Roucouleur Vught.jpg

Huize Roucouleur in Vught. (Bron: Van Galen, 1993, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

In 1944 gaf hij de burgemeesters van Noord-Brabant opdracht om mensen aan te wijzen die in Zeeland zouden moeten gaan werken op de Duitse verdedigingswerken. Van Rijckevorsel adviseerde de burgemeesters vervolgens aan deze oproep gehoor te geven. Zeven burgemeesters weigerden deze bevelen op te volgen en werden op bevel van Sellmer naar Kamp Vught gebracht.

Seyss-Inquart voerde in 1941 verdere bestuurlijke veranderingen door. De gemeenteraden en de Provinciale Staten werden afgeschaft in een zogenaamde "gelijkschakeling van het bestuursapparaat" en de wethouders, gemeenteraadsleden en statenleden werden omgedoopt tot medewerkers van de burgemeesters en commissarissen. De colleges van gedeputeerden kregen de taak om de Commissaris der Provincie te adviseren en te vertegenwoordigen. Van Rijckevorsel kreeg hiermee de volledige bestuurlijke verantwoordelijkheid. Er werden geen verkiezingen meer gehouden, de invloed van de Brabantse burger op het provinciale bestuur werd alsmaar kleiner.

Na de Bevrijding werden de bestuurlijke wijzigingen van de nazi’s teruggedraaid. De Provinciale Staten werden in ere hersteld. Op 19 juni 1946 hielden ze hun eerste zitting en hervatten ze hun werkzaamheden. Van Rijckevorsel werd na een onderzoek "ongevraagd, eervol ontslag zonder dankbetuiging" verleend.

Bestuur in het naoorlogse Brabant: Jan de Quay

De eerste reguliere Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant na de Tweede Wereldoorlog was Jan de Quay (1901-1985). Hij zag de jaren vijftig, die hij nagenoeg volledig (1946-1959) als Commissaris van de Koningin meemaakte, als "tijden van grote en grootse veranderingen, schokkend en beangstigend soms" en had daarom de behoefte om na te denken over het verleden én de toekomst van Brabant. Het resultaat daarvan was een driedelig boekwerk getiteld Het Nieuwe Brabant dat tot stand kwam in samenwerking met diverse schrijvers, wetenschappers en kunstenaars.

Jan Eduard de Quay

Jan de Quay in 1963. (Foto: Hugo van Gelderen, 1963, Wikimedia Commons)

Het centrale thema achter de drie boeken, die ingedeeld waren in de thema’s 'Het Brabantse land', 'Het Brabantse volk' en 'De Brabantse geest' was het idee dat Brabant zich in de jaren vijftig bevond in een transitiefase van een traditionele naar een moderne samenleving. Een nieuwe Brabantse toekomst maar wél met behoud van "de traditionele Brabantse waarden". In de periode dat De Quay Commissaris van de Koningin was, groeide de Brabantse industrie enorm.

In navolging van De Quay werd in 2014 het werk Het nieuwste Brabant gepubliceerd op initiatief van Wim van de Donk (1962), toen ook Commissaris van de Koning. Dit werk is een vergelijkbare blik op Brabant en de tijd maar dan van enkele decennia later.

Het huidige provinciaal bestuur

De Provinciale Staten staan nog steeds aan het hoofd van de provincie en worden gekozen door de inwoners van de provincie Noord-Brabant. De leden van de Provinciale Staten kiezen de leden van de Gedeputeerde Staten, voor een periode van vier jaar. Zij vormen het dagelijks bestuur van de provincie en worden voorgezeten door de Commissaris van de Koning. De Provinciale Staten maken beleid dat de Gedeputeerde Staten uitvoeren en controleren vervolgens hoe de Gedeputeerde Staten dat hebben gedaan.

Raadszaal provinciehuis 's-Hertogenbosch

Raadhuiszaal in het provinciehuis 's-Hertogenbosch. (Bron: Kris Roderburg, 2006, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

De werkzaamheden van de provincie ten opzichte van het landelijk bestuur worden door het decentraliseren van rijkstaken steeds verder uitgebreid. Waar de provincie zich in de negentiende eeuw bijvoorbeeld vooral bezighield met waterstaat, wegenaanleg en het toezicht op de gemeenten en waterschappen, is dit takenpakket in de eeuwen erna uitgebreid met bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, huisvesting en cultuur.

 

Bronnen

Archief Leen- en Tolkamer van ‘s-Hertogenbosch, Resoluties en plakkaten van Staten-Generaal en Raad van State, nr. 8.50, 28.

Sonnemans, G. e.a., Blikken op Brabant; De canon van Nederland in Noord-Brabants perspectief, ‘s-Hertogenbosch, 2012.

Van Oudheusden, J., Verhalen van Brabant; Geschiedenis en erfgoed in tien tijdvakken, ‘s-Hertogenbosch, 2015.

Van Uytven, R. (red.), Geschiedenis van Brabant, van het hertogdom tot heden, Zwolle, 2004.

Kaart 1

Kaart 2

Kaart3

Draag bij aan Brabants erfgoed!

Wil je een verhaal delen? Vul hieronder je gegevens in, en geef kort aan wat je zou willen bijdragen. De redactie neemt dan contact met je op.