Auteur: Kees van Kempen

Frater Andreas

Geboortedatum: | Sterfdatum:

Frater, docent

Jan van den Boer werd geboren in Udenhout in 1841 als zoon van Piet van den Boer en Maria Bergmans. Hij werd frater in 1859, waarna hij door het leven ging als frater Andreas.

 

Het leven als docent

Frater Andreas was docent op de kostschool de Ruwenberg. Hij gaf er les in talen en schoonschrijven. In 1871 besloot het bestuur van de congregatie van de fraters de Latijnse afdeling van de kweekschool in het Moederhuis te Tilburg over te plaatsen naar de Ruwenberg. Voortaan zouden de studenten die voor het priesterschap in de congregatie bestemd waren, daar hun eerste opleiding ontvangen. Frater Andreas werd als directeur met de leiding van deze afdeling belast. Het bewees hoeveel waardering de oversten voor hem hadden en hoe groot hun vertrouwen in hem was.

Hij bezat in hoge mate de kwaliteiten om leiding te geven aan de kandidaten voor het priesterschap. Deze taak vervulde hij tot in 1900, met een onderbreking van 1876 tot 1878. Naast zijn leraarschap en naast zijn directeurschap bleef hij zich verdiepen in de Duitse en Engelse taal. Hij vertaalde onder meer boeken vanuit het Engels en Duits, die hier in Nederland werden uitgegeven onder het pseudoniem J.M. Vincent. Ook schreef hij decennialang bijdragen voor de Engelbewaarder.

 

De heilige frater

In teksten die frater Andreas zelf heeft geschreven bespreekt hij veelvuldig de blijdschap: “De blijdschap is het grootste goed van de mens op deze wereld. Het goede doen en het aangename van de blijdschap te genieten is het geluk van de verstandige mens. De blijdschap maakt alles wat men zegt en doet bevallig. God wil dat we altijd blij zijn.” Voor de frater vloeide blijdschap voort uit zijn Godsbeleving. Hij koos voor strenge huisregels, zo moest hij honderd dagen in het jaar vasten.

Blijheid was de opdracht van zijn God om blij te zijn met wat je gegeven wordt en wat je overkomt, het was een opdracht om blijheid uit te stralen naar je omgeving. Hij straalde blijheid uit naar mensen om hem heen, naar zijn leerlingen, naar zijn mede-fraters, naar zijn familieleden. Dat gaf frater Andreas zijn toenaam van de heilige frater.

 

Gebedsverhoring en bedevaart

Na zijn dood in 1917 ontstond een verering voor de frater, een bedevaart. Er kwam een broederschap voor deze bedevaart met de daarbij behorende zelateurs en zelatrices. Er kwamen duizenden gebedsverhoring, zoals dit fragment uit 1922: “Eerwaarde frater directeur, gaarne wilde ik ingesloten twee gulden doen toekomen aan het fraterhuis te Tilburg, als een offertje van dankzegging om mijn genezing. Die ik toeschrijf aan de voorspraak van frater Andreas. Mej. N.N. uit Udenhout”. Een ander voorbeeld is een fragment uit 1968: “Hartelijk dank aan frater Andreas voor een gebedsverhoring. N.N. Udenhout. Laat dit frater Andreas ten goede komen. Graag bekendmaking in krant of tijdschriften”.

In het verlengde van de bedevaart, de verering en de gebedsverhoringen kwamen de spullen die daarbij hoorden: de prentjes met een stukje kleed, een medaille, een beeldje en een Delftsblauw bord. Het heemcentrum ’t Schoor en het museum van de frater in Tilburg hebben een permanent hoekje ingericht voor memorabilia aan frater Andreas.

In de Sint-Lambertuskerk van Udenhout bevinden zich een altaar en een plaquette van frater Andreas. Als de kerk open is, kunnen bezoekers een kaarsje opsteken.

 

Bronnen

Stichting Heemcentrum ’t Schoor, Jan van den Boer. Frater Andreas. 1841-1917, een eerbiedwaardige Udenhouter, Udenhout-Biezenmortel, 2017.