Een blijmoedig gezin met een heftig verleden

De familie Alkalaf uit Dommelen

Het gezin Alkalaf in juni 2020 (Foto: Sjef Tooten en Ellen Popeliers)

Het gezin Alkalaf in juni 2020 (Foto: Sjef Tooten en Ellen Popeliers)

Alle rechten voorbehouden

De familie Alkalaf woont in 2020 twee jaar in Dommelen. In 2013 zijn ze gevlucht uit Syrië. Ze hebben een lange weg afgelegd. Met veel geduld en grote inzet zijn ze erin geslaagd. Tot hun grote vreugde zijn ze allemaal bij elkaar kunnen blijven. Ibrahem Alkalaf en zijn vrouw Hassinah met hun vijf kinderen: twee zonen, Adil van 18 en Norez van 16 en drie dochters: Reem (11), Hasinma (5) en Sahab (3). Oma Maha, de moeder van Ibrahem, is altijd bij het gezin gebleven. In juni 2020 spraken Ellen Popeliers en Sjef Tooten de familie.

Nadat in 2011 in Syrië de oorlog uitbreekt, treffen de heftige gevechten ook de familie Alkalaf. De regeringstroepen van president Assad zijn de baas in de grotere steden in de provincie Deir ez-Zor. Het Islamitische gezin Alkalaf woont in het dorp Jroan (Bij de stad Al-Kas Rah.)

IS (terreurbeweging Islamitische Staat) gaat onverminderd met hun veroveringen door en op een gegeven moment zijn Irak en Syrië grotendeels veroverd. Het gaat van kwaad tot erger. Vele huizen worden vernietigd tijdens bombardementen. Ook die van familie Alkalaf. En, alsof dat niet genoeg is, loopt een van de kinderen, de toen vierjarige Reem ernstige brandwonden op. Haar dijbeen en linkerarm zijn beschadigd. Een vreselijke ervaring voor zo’n jong meisje en voor haar ouders. Het is heftig als je je kind zo ziet lijden. De revalidatie van Reem verloopt voorspoedig.

 

Een moedig besluit

De oorlogshandelingen gaan door. In 2013 neemt Ibrahem Alkalaf, na lang wikken en wegen het besluit om te vluchten uit Jroan en uit Syrië. Wat hij wil is: veiligheid, vrijheid en een goede toekomst voor zijn moeder, vrouw en zijn kinderen. In het oorlogsgebied blijven is uitzichtloos en geen optie meer. Het betekent een vlucht: 30 km te voet en 150 km rijden met de auto om uit het onveilige gebied te komen. Na deze gevaarlijke tocht weten ze Turkije te bereiken.

 

Geen school en werk

In Turkije komen ze tot rust en voelen ze zich veilig. Nieuwe spanningen en twijfels slaan toe. Hoewel ze een dak boven hun hoofd hebben in het Turkse Malatya, vragen ze zich af: hoe nu verder?

Ze krijgen hulp van de UNHCR (United Nations High Commissioner for Refugees), de vluchtelingeorganisatie van de VN. Dat gaat wel op bureaucratische wijze. Het duurt lang voordat er duidelijkheid ontstaat over wat er gaat gebeuren. Dat is vooral erg lastig voor Ibrahem die geen inkomen heeft en dolgraag aan het werk wil. In Syrië was dat anders. Hij werkte wel ver van huis, in Saudi-Arabië bij een vestiging van ‘Paul Bakery & Restaurant’, waar zijn werk bestond uit bevoorrading en magazijn-opslag.

Als man en vader voelt hij zich verantwoordelijk voor zijn gezin. In de Turkse periode is hij machteloos en voelt hij zich wanhopig. Daar komt bij dat de kinderen niet naar school kunnen. Het is leven in onzekerheid en hopen op een oplossing die toekomst biedt.

 

Reden voor een feestje

Er komen antwoorden op hun vragen en de toekomst wordt duidelijker. Er komt een positieve reactie tot toelating van Nederland. Het is 27 september 2017. Het bericht luidt dat ze mogen doorreizen naar een AZC (asielzoekerscentrum) in Nederland. Met het vliegtuig gaan ze naar Nederland, naar het AZC van Harderwijk in de provincie Gelderland.

Intussen is het gezin uitgebreid tot vijf kinderen. Ibrahem en Hassinah hebben er twee dochters bij gekregen: Hasinma en Sahab. Een half jaar hierna komt het volgende blijde nieuws. In Valkenswaard (Dommelen) wordt het gezin op 1 april 2018 een woning toegewezen. Dit is een feestje waard.

 

Hoe gaat het nu met de familie Alkalaf?

Op het moment van schrijven zijn we inmiddels twee jaar verder, juni 2020. De familie woont nog steeds in Dommelen. Ze hebben tijd nodig gehad om aan Nederland te wennen. Maar inmiddels voelen ze zich best goed thuis. Ze wonen in een rustige omgeving en het huis biedt ruimte genoeg voor het hele gezin om er te leven.  Winkelen doen ze op de fiets in het centrum van Valkenswaard. Alle reclame-acties en aanbiedingen van de winkeliers houden ze in de gaten.

Overdag is Ibrahem dikwijls te vinden in zijn tuin; die ligt er mooi bij. Hij heeft eigenhandig een schuur gebouwd, want die miste hij bij zijn huis. Ook heeft hij de achterplaats betegeld. Een dag in de week werkt Ibrahem als vrijwilliger bij de mini-dierentuin in de Bosstraat te Valkenswaard. Dat is door de gemeente Valkenswaard geregeld. Hij repareert spullen die stuk zijn gegaan.

De vijf kinderen houden beide ouders in het dagelijkse leven natuurlijk ook bezig. Dat vraagt veel tijd en brengt werk; er moet immers altijd wel iemand naar bijvoorbeeld de dokter of tandarts.

 

Nederlands spreken

Tot de coronapandemie uitbreekt in maart 2020, volgen Ibrahem en Hassinah de vluchtelingenschool bij Stichting Cordaad-welzijn in Valkenswaard. Vanaf september 2019 drie dagen per week.

Helaas! Vanwege de coronacrisis is Cordaad tijdelijk gesloten. Geen probleem, nu studeren ze beiden online. In totaal doen ze dus al acht maanden hun best Nederlands te leren. En dat gaat steeds beter, hoewel ze het nog altijd niet gemakkelijk vinden. De oudste drie kinderen beheersen de taal al aardig en ‘tolken’ voor hun ouders. Vooral bij het maken van afspraken is dat een praktische uitkomst.

De kinderen begrijpen en spreken zo goed het Nederlands dat ze voortaan kijken naar de Nederlandse TV. Oudste dochter Reem vindt films leuk. Ook het programma Peppa Pig en 123Zing zijn favoriet bij de kinderen Alkalaf.

 

Corona

De coronacrisis ervaart deze familie als een nare tijd. Vanaf maart 2020 viel bij hen ook alles stil. Zoals de school en het sporten. Pas na maanden komt alles weer enigszins op gang. De jongens Adil en Norez gaan sinds midden juni twee dagen naar school. Zij zitten op het Pius X college in Bladel. Reem en Hasinma gaan vijf dagen naar school in Eindhoven. Hun school heet ‘de Wereldwijzer’. De jongste dochter, Sahab, gaat vier dagen naar ‘Kinderdagverblijf Mira’ in Valkenswaard. Over het geheel genomen gaat het met alle kinderen Alkalaf goed. Net als iedereen in Nederland verlangen ook zij dat het leven weer normaal wordt; ze balen van het thuiszitten.

 

Schoolvakken

Adil doet op school graag rekenen, tekenles vindt hij minder. Norez vindt alle vakken fijn, maar voetbal is zijn favoriet. Dochter Reem heeft aan geen enkel vak een hekel en vindt alles leuk, maar watersport geniet haar voorkeur. Hasinma mag graag tekenen. Geen van de kinderen heeft les in Engels.

 

Contact

Hoewel ze al een tijd in Nederland gevestigd zijn, hebben ze nog veel contact met familie. Familieleden wonen in Turkije en Saudi-Arabië, in Syrië verblijft niemand meer van de familie. `Het gezin Alkalaf heeft het in Nederland naar hun zin, maar ze missen hun geboorteland Syrië wel. Dat is en blijft toch hun moederland. De jongste twee meisjes vormen hierop een uitzondering: ze kennen geen verleden in Syrië. Voor vader en moeder, de drie oudste kinderen en voor oma Maha ligt dat anders. Ook al hebben ze er zware tijden gekend.

 

Wat beleven ze plezier aan

Ze waarderen het ten zeerste dat de mensen in hun omgeving zo vriendelijk zijn. Er wordt altijd gegroet en een praatje gemaakt, heel vaak is het lachen geblazen. De familie stelt de mentaliteit van de Nederlandse mensen zeer op prijs.

Toch lopen ze ook wel tegen lastige situaties aan. Cultuurverschillen en integratieperikelen spelen dan op. Dat was vooral in de beginperiode toen ze in Dommelen kwamen wonen. En tijdens de genoemde coronacrisis. Het vraagt veel aanpassingsvermogen en dat valt niet mee. Voor Reem is er nauwelijks een probleem, zij kan zich onder alle omstandigheden goed schikken.

Het dagritme van de Syrische familie verschilt niet zo veel van die van de Nederlanders. Zeker voor de kinderen niet. Zij gaan doordeweeks naar school en in het weekend wordt er gespeeld en huiswerk gemaakt. Verder wordt de tijd gevuld met eten, tv-kijken en slapen.

 

Eten

Echt wennen aan Nederlands eten lukt ze niet. Hun voorkeur gaat uit naar de Syrische keuken. Gelukkig is moeder is een kok in hart en nieren. Een van haar specialiteiten uit de Syrische keuken is Kabsa, een gerecht van Arabische rijst met kip, amandelen en rozijnen.
En ze weet op verrukkelijke wijze gebak te bereiden, zoals Basbousa, een cake met kokos bereid en zoet van smaak.

 

Toekomst

De wens van vader Ibrahem is, dat hij aan het werk kan en carrière kan maken. Hij hoopt in Nederland aan de slag te kunnen gaan. De kinderen willen hun school met succes en een mooi diploma afmaken. Hopelijk vinden ze daarna een leuke job. Inmiddels heeft zoon Adil een bijbaantje in het Chinees Sushi & Grillrestaurant Nagoya aan de Markt in Valkenswaard. Hij heeft het erg naar zijn zin.
Het is te wensen dat alle familieleden hun weg vinden in Nederland en dat ze vele mooie dingen gaan meemaken.