Auteur: Jan van Laarhoven
Geboortedatum: | Sterfdatum:

Hendrik I van Brabant

Rijksmuseum, Hendrik I

Hendrik I, door Pieter de Jode, uit J. Meyssens, Les effigies des souverains princes et ducs de Brabant avec leur chronologie, armes et devises, Antwerpen 1661. (Bron: Rijksmuseum)

Alle rechten voorbehouden

Enkele dagen na de dood van van Godfried III in 1190 werd het hertogschap van Neder-Lotharingen gezagsloos verklaard en kregen de graven van Limburg en Brabant het recht om zelf het hertogelijk gezag uit te oefenen binnen de door hen gecontroleerde gebieden. Godfrieds zoon Hendrik werd als Hendrik I dan ook feitelijk de eerste hertog van Brabant. Het territorium was toen nog minder groot dan het uiteindelijk zou worden. Pas omstreeks 1250 had het hertogdom bij benadering de territoriale omvang die het bijna vier eeuwen zou houden.

Hendrik I was al tijdens het leven van zijn vader betrokken bij de Stichting van 's-Hertogenbosch dat tussen 1185 en 1196 stadsrechten kreeg. Een sterke stad in het noorden van het hertogdom paste bij zijn strategische ambities om zijn macht uit te breiden in het rivierengebied wat zowel militaire als economische voordelen opleverde.

 

Hendrik I was zijn vader Godfried III in 1190 opgevolgd. Zijn ambities om zijn grondgebied in noordelijke richting uit te breiden bracht hem na de verovering van Tiel in conflict met de graven van Holland en Gelre. In zijn territoriale plannen paste ook de ontwikkeling van 's-Hertogenbosch als stad. Hendrik wenste immers aan de noordgrens van het hertogdom een sterke vesting met zowel militaire als economische betekenis. De stad zou uitgroeien tot de vierde stad van het hertogdom, na Leuven, Brussel en Antwerpen. Behalve aan 's-Hertogenbosch verleende hij in of kort na 1230 stadsrechten aan Oisterwijk, Sint-Oedenrode, Eindhoven en Helmond in een bewuste strategie om de verdediging van het hertogdom te verbeteren door sterke posities in de Meierij. Vooral de graaf van Gelre wilde hij door deze ingreep op veilige afstand houden.

Zijn beleid werd na zijn dood in 1235 voortgezet door zijn zoon Hendrik II (1235-1248) en kleinzoon Hendrik III de Vrome (1248-1261). Toen die laatste bij zijn overlijden een minderjarige zoon achterliet, dreigde voor het hertogdom een bestuurlijke crisis.